Steenhommel
Steenhommel
Algemeen
De steenhommel (Bombus lapidarius) is een grote en opvallende hommel. U herkent deze soort aan zijn zwarte lichaam en felrode achterlijf.
De steenhommel komt veel voor in Nederland. Dit exemplaar is gevonden aan de Stiemensweg.
Hommels zijn wilde bijen. Ze zijn groter en hariger dan honingbijen. Hommels leven in kleine volken en spelen een belangrijke rol bij de bestuiving van planten.
Uiterlijke kenmerken
De steenhommel is goed te herkennen. Hij heeft een glanzend zwarte vacht en een felrood achterlijf. De vleugels zijn donker en de poten stevig.
De koningin is groter dan de werksters. Mannetjes hebben langere antennes en soms lichte haren op het gezicht.
De koningin is groter dan de werksters. Mannetjes hebben langere antennes en soms lichte haren op het gezicht.
Afmetingen
- Lengte koningin: 20 tot 22 millimeter
- Lengte werkster: 12 tot 16 millimeter
- Lengte mannetje: 14 tot 16 millimeter
Gelijkende soorten
De steenhommel lijkt soms op andere hommels met een rood achterlijf. Het verschil zit vooral in de kleur van de vacht. Bij de steenhommel is deze altijd diepzwart met een helderrode punt.
Nest en voortplanting
Een nest van de steenhommel bestaat meestal uit 100 tot 150 dieren.
In het voorjaar legt de koningin de eerste eieren. Zij verzorgt de larven zelf tot de eerste werksters verschijnen. Daarna nemen de werksters het meeste werk over.
In de nazomer komen de mannetjes en jonge koninginnen uit het nest. Na de paring sterft het volk. Alleen de jonge koninginnen overwinteren en starten in het voorjaar een nieuw nest.
In het voorjaar legt de koningin de eerste eieren. Zij verzorgt de larven zelf tot de eerste werksters verschijnen. Daarna nemen de werksters het meeste werk over.
In de nazomer komen de mannetjes en jonge koninginnen uit het nest. Na de paring sterft het volk. Alleen de jonge koninginnen overwinteren en starten in het voorjaar een nieuw nest.
Waarnemen
Zicht
De steenhommel is vrij makkelijk te zien. Hij vliegt langzaam en luid zoemend. U ziet hem vaak op bloemen of laag boven de grond.
Sporen
U herkent een nest aan kleine openingen in de grond. Rond het nest vliegen vaak enkele werksters af en aan.